Materialen

Gebruik niet meer materiaal dan nodig

Beperk het materiaalgebruik. Kies voor een gebouw met niet meer vloeroppervlakte dan nodig en met een compacte vorm. De grootste besparingen realiseer je door minder te bouwen. Bouw daarnaast veranderingsgericht, met het oog op de toekomst. Latere aanpassingen zijn dan mogelijk met minder materiaalverbruik. 

 

Kies voor circulaire en biogebaseerde materialen

Hergebruik zoveel mogelijk materialen. Als hergebruik in de eigen woning niet kan, zijn ze misschien elders bruikbaar. 

Wanneer hergebruik niet mogelijk is, kies dan voor materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting. Dus voor gerecycleerde of hernieuwbare, biogebaseerde materialen. Vraag advies aan je architect of een expert. Met gespecialiseerde tools (TOTEM, Milieubewustisoleren) kan die de milieu-impact van materialen, gebouwelementen en verschillende opbouwen vergelijken op basis van een levenscyclusanalyse (LCA). 

Kies voor materialen die geen schadelijke stoffen afgeven. Denk bijvoorbeeld aan houtvezelplaten met lijmen zonder formaldehyde of verven op waterbasis. Laat een materialenpaspoort opmaken om toekomstig hergebruik en recyclage van de gebruikte materialen in de woning te vergemakkelijken. Plaats deze gegevens ook in je woningpas.

Milieulabels 

Om de juiste materialen te kiezen, kun je ook letten op erkende normen en milieulabels. 

Producten in de EU moeten voldoen aan een aantal normen en een CE-markering hebben om verhandeld te mogen worden. Dat betekent echter niet dat ze duurzaam zijn. Milieulabels bieden die garantie wel. Deze labels worden toegekend wanneer producten voldoen aan criteria die door overheidsinstanties of onafhankelijke organisaties zijn vastgelegd en gecontroleerd.

De bekendste overheidslabels zijn het Europese Ecolabel (EU Flower), het Duitse Der Blaue Engel, het Scandinavische Nordic Swan en het Oostenrijkse Umweltzeichen. Er zijn ook private labels, zoals het Naturepluslabel, en specifieke labels voor hout en papier van het Forest Stewardship Council (FSC) en het Programme for Endorsement of Forest Certification (PEFC). Soms kennen producenten op eigen initiatief milieukwaliteiten toe aan hun producten, zonder officiële certificatie. Vertrouw dus niet zomaar op elk label.  

Daarnaast bestaan er ‘environmental product declarations’ (EPD’s) die de milieu-impact van producten in cijfers uitdrukken. Deze informatie is vaak erg technisch. Vraag daarom om uitleg aan een expert, zoals een architect. Verschillende Europese landen hebben een gestandaardiseerde methode voor het opstellen van EPD’s en er wordt gewerkt aan een uniforme werkwijze op Europees niveau.